
Rik Nuyts
november 26, 2007“Je maakt geen schijn van kans als ze proberen het schip te overmeesteren”
Van Gibraltar tot de Arctische Oceaan, Rik Nuyts (23) uit Vorselaar heeft al heel wat watertjes doorzwommen. Dankzij zijn opleiding tot scheepvaart ingenieur aan het Maritiem Instituut te Vlissingen kreeg Rik de kans een groot deel van de wereld te zien. Tijdens zijn stageperiode verbleef hij zes maanden aan boord van de Marland Green. Een 150 meter lang vrachtschip dat eigendom is van een Nederlandse rederij. Daar leerde hij zowel het technische als het maritieme aspect van het leven aan boord kennen. Ondertussen behaalde Rik het diploma ‘maritiem officier’. Toch verkiest hij zijn gezellige thuis boven het leven op zee. Momenteel werkt Rik als stukadoor bij de plafonneringfirma van zijn vader Roger. Gelukkig bezit deze een klein jacht. Daarmee kan zijn zoon er op uit trekken als de zee hem roept.
Soms zit je weken aan een stuk op zee zonder een voet aan grond te zetten. Als je dan toch eens ergens aanmeert om te laden en te lossen, zijn er dan bepaalde dingen die je ‘moet’ gedaan hebben?
Rik Nuyts: Wanneer je als zeevaarder van zo’n schip komt, is het eerste dat je doet ergens gaan eten. Je neemt dan een taxi en vraagt meteen het duurste restaurant in de buurt. Na het eten gaan we meestal op zoek naar de plaatselijke uitgaansbuurten. In Singapore bijvoorbeeld waren dat echte uitgaansflatgebouwen zeg maar. Dat was een appartement met op elke verdieping een viertal discotheken. Het is daar wereldbekend voor, zeker de moeite! Maar ook in China bijvoorbeeld. Daar is uitgaan eigenlijk taboe. Bier en zo mag bijna niet gedronken worden. Daar zijn we toen één keer naar een discotheek geweest. Die we toen trouwens toevallig gevonden hadden want voor de rest was daar niets te zien. Dat begon om acht uur. Die Chinezen deden goed mee, er was daar een dansvloer die bewoog en zo dat was ook best wel knap hoor. Maar om twaalf uur stipt was het gedaan. Dan gingen de lichten daar aan en bewogen die Chinezen zich heel braaf naar huis. Ook bier was er een uitzondering op de regel. We kregen daar warm bier dat van het schap werd gehaald. In St. Petersburg hebben we zo wel een slechte ervaring meegemaakt. Ik ben daar toen met de rest van de bemanning naar een Irish pub geweest. Er is iemand daar blijven hangen en die is niet meer terug geraakt. Hij kwam uit die pub, wilde de taxi nemen en werd toen overvallen. Zijn gezicht was helemaal kapotgeslagen. Die lag daar naakt op straat, dat was wel gerellig! Dat is ook Rusland natuurlijk. Hij heeft een half jaar moeten revalideren van die nacht. We zijn daar sindsdien ook nergens meer alleen weggeweest.
Op zes maanden tijd doorkruis je heel wat zeeën en bezoek je heel wat landen. Kan je je route eens in het kort beschrijven?
Nuyts: Ik ben per vliegtuig naar Hongkong gereisd. Daar lag het schip aan dok. Ze waren het op dat moment een groot onderhoud aan het geven. Bij het vertrek hebben we eerst een paar plaatsen in China aangedaan om van daaruit richting Australië te varen. Onderweg passeerden we ook Sakhalin, een Japans en Russisch eiland. Daarvoor zijn we door het ijs gevaren. Echt knap was dat, je zag de zeehonden op het bevroren water liggen. Het waren geen drijvende stukken ijs maar een echte vlakte die wij met ons schip eigenlijk doorsneden. We kwamen dan aan in Australië. Dat was een knap land hoor, het mooiste dat ik heb gezien. Van Australië voeren we verder naar Italië om vervolgens richting Nigeria te trekken. De laatste grote verplaatsing was van Nigeria naar Brazilië. Dat was mijn eindpunt. Toen ben ik met het vliegtuig naar huis gekomen.
Sommige mensen die aan boord van een schip komen hebben wel eens last van zeeziekte. Hebben ervaren zeelui als jullie daar nog moeite mee? En wat bij zwaar stormweer?
Nuyts: Enkel in het begin, de eerste dagen. Dan heb je het soms wel eens echt zitten. Je voelt je dan slecht. Maar normaalgezien heb je er de rest van die maanden geen weet meer van. Je voelt zelfs niet meer dat de boot constant in beweging is. Of het moest hard stormen natuurlijk. Je zoekt ook middelen om zo comfortabel mogelijk te kunnen leven. Als de boot zo ligt te schommelen probeer ik mijn bed zo te installeren dat ik zo stabiel mogelijk lig. Ik lig dan eigenlijk in een soort kuil. Een zware storm komt in stappen. Je voelt hem zich geleidelijk aan opbouwen. Op de duur raak je er ook wel aan gewend. Schrik is er dan niet meer bij. Als het echt hard stormt komt het water wel eens over het dek. Dat is heel gevaarlijk, dan mag je in principe niet aan dek lopen. Als er dan iets met je gebeurt, ziet men je gewoon niet meer.
Je was natuurlijk niet op vakantie. Had je een specifieke taak op de Marland Green?
Nuyts: De taken waren tweedelig eigenlijk. Ik stond een periode in de machinekamer van het schip voor de onderhoud van alles aan boord in verband met machines en veiligheidsmiddelen. Ik werd dan gestuurd door een computerprogramma dat me vertelde wanneer ik welke onderhoudsklus moest uitvoeren. Het tweede deel was navigatie. Dat is een hele andere kant van het leven op een schip. Je hebt de mensen van de onderhoud, de vuil mannen zeg maar en dan de mensen van boven, de stuurofficieren. Zij doen vooral de navigatie maar ook de administratie van het schip. Als een schip in een haven aanmeert komt daar veel bij kijken. Papieren moeten in orde zijn voor de havenautoriteiten en de douanen. Ook het inladen van de vracht moet zeer zorgvuldig gebeuren om de stabiliteit van het schip te garanderen. Gebeurt dit niet dan bestaat de kans op kapsijzen. Daar heb ik eigenlijk vier jaar voor moeten studeren om dat te kunnen. Tussen mijn werkuren door moest ik natuurlijk ook nog aan mijn stageverslagen werken. Ik moest zo bijvoorbeeld een reis uitstippelen van de ene kant van de wereld naar de andere.
Het gezelschap aan boord bestond uit verschillende nationaliteiten, doorbrak het samenhorigheidsgevoel de landsgrenzen?
Nuyts: Jazeker, ik was eigenlijk als Belg in Nederlandse loondienst. Dat op zich was al vreemd natuurlijk. De officieren waren allemaal Nederlanders. Enkel bij de matrozen had je enkele vreemde nationaliteiten. Dat waren voornamelijk Filippijnen en Polen. Zij scheepten ergens in en werkten dan voor periodes van vier tot zes maanden, afhankelijk van de nationaliteit. De bemanning wisselde eigenlijk constant. In elke haven ging er wel iemand van boord of kwam er aflossing. Toen ik aankwam zat ik met allemaal andere mensen dan toen ik vertrok. In totaal zaten we ongeveer met een zeventiental scheepslui aan boord. Er ontstaat dan wel een heel sociale band natuurlijk. Na het werk is het niet zo dat iedereen meteen zijn kajuit opzoekt. We kwamen dan vaak samen in de bar of de recreatieruimte om samen een pintje te drinken. Er werden ook regelmatig feestjes of barbecues gedaan.
Iedereen kent het gebruikelijke ritueel dat gepaard gaat met het dopen van een schip. Er wordt dan een fles wijn tegen de boeg kapotgeslagen. Heb jij ooit iets dergelijks meegemaakt?
Nuyts: Ja, het Neptunusfeest is ook zo’n soort van doop maar dan bij mensen. Wanneer je voor de eerste keer over de evenaar gaat organiseren ze zo’n feestje. Dan moet je enkele opdrachten doen om je te bewijzen tegenover de rest van de bemanning. Zo legden ze bijvoorbeeld een plank over de rand van het schip en zetten op het einde ervan een vol glas zeewater. Ik werd toen geblinddoekt en moest over deze plank kruipen om uiteindelijk het glas water leeg te drinken. Ondertussen hadden ze, zonder dat ik het wist, de plank in het midden van het dek gelegd. Schrik dat ik toen gehad heb! Ja, ik was daar echt mee weg!
Je werkt momenteel als stukadoor bij de firma van je vader. Was het leven op zee dan toch niets voor jou?
Nuyts: Nee, je bent altijd heel lang weg. Om dat jaren aan een stuk te doen, dat was mijn ding echt niet. Je zag aan die mensen aan boord dat die als zij thuis kwamen geen sociaal leven hadden. Die waren enkel over hun familie bezig want vrienden of zo hadden ze thuis meestal niet. Toen dacht ik van dat heb ik er niet voor over.
Mensen associëren het leven op zee ook vaak met piraterij. Is dit het gevolg van films zoals ‘Pirates of the Carabean’ of bestaat dit fenomeen werkelijk?
Nuyts: Er zijn een paar gebieden en zeeën in de wereld, vooral in Azië aan de kanten van Indonesië, waar piraterij nog altijd bestaat. Het zijn van die louche mensen die met speedboten zonder lichten rond je schip komen varen. Vervolgens proberen zij aan boord te komen om onopgemerkt te stelen. Soms trachten zij ook het schip te overmeesteren. Er zijn enkele gevallen bekend van schepen die gewoon verdwijnen. Ze worden geënterd en dan helemaal overschilderd. Onder valse papieren worden ze dan terug te water gelaten. Ik heb het zelf ooit een keer meegemaakt toen we in Vietnam voor anker lagen. Er zijn toen vreemden aan boord gekomen vanuit kleine bootjes. Ze hebben toen heel veel materiaal gestolen. Vooral touwen en trossen maar ook apparatuur zoals boormachines waren weg. Toen was het groot alarm natuurlijk. Er bestaan procedures in dergelijke gevallen. We moesten allemaal op een centrale plek verzamelen en daarna in groepjes patrouilleren om te zien of er nog ‘piraten’ aan boord rondspookten. Zonder wapens of zo want die zijn verboden op Nederlandse koopvaardij. Eigenlijk maak je dus geen schijn van kans als ze proberen het schip te overmeesteren. We kunnen enkel met brandweerslangen proberen hen weg te spuiten. Dat is onze enige vorm van verdediging.


