
Dagboek van een ploegbestuurder
december 9, 2007Een wielerteam is een goed geoliede machine. Maar zonder een goede ploegbestuurder loopt zij onvermijdelijk vast. Hij is degene die de zware beslissingen moet nemen en het vuile werk opknapt. Van een goede wedstrijdtactiek tot het aangeven van drinkbussen. Zowel koersintelligentie als technische capaciteiten zijn vereist. De taak van ploegbestuurder is ook zeker niet voor watjes. Het wringen tussen volgwagens, coureurs en wedstrijdmotors vraagt een grote dosis assertiviteit. De discussies met andere ploegleiders durven in het heetst van de strijd wel eens hoog oplopen. Soms gaat het zelfs zo ver dat ze je bijna van de baan rijden.
Den Beire
Albert Indekeu (61), den Beire voor de vrienden, is ploegbestuurder bij wielerclub Heist Zuiderkempen. Hij begeleidt er het elite- en belofteteam. In totaal zijn dit een negentiental renners. De koers zit hem in de genen. Al van jongs af volgde hij vol bewondering zijn oudere broer Marcel. Die was ooit een zeer beloftevol wielerkampioen maar sneuvelde op 21-jarige leeftijd in Kongo. Het weekend is voor Albert het hoogtepunt van de week. Dan schuimt hij het hele land af om zijn jongens tijdens de koers bij te staan. Wat drijft hem om elke keer weer het beste van zichzelf te geven? Hoe ziet de koers er uit door de ogen van een ploegbestuurder? Ik ging een dag met hem op stap in de hoop een antwoord op deze vragen te vinden.
Ik ontmoet Albert in zijn woonplaats Rillaar. Een rustig dorpje in de onmiddellijke omgeving van Aarschot. Voor de deur staat een broodautomaat. Het enige overblijfsel van Bakkerij Rita, de bakkerswinkel die zijn vrouw jarenlang uitbaatte. Den Beire is net zijn laatste boterhammetje aan het opeten wanneer ik bij hem binnenval. Aan een van de muren hangt een zeer oude zwart-wit foto van zijn broer Marcel. “Het is belangrijk genoeg te eten voor de koers”, verwittigt hij me al lachend. Een uitspraak die blijkbaar niet alleen voor zijn renners opgaat. Vervolgens doet hij het verloop van de dag uit de doeken. Eerst is er een fotosessie met de ploeg gepland voor de hoofdsponsor. De koers die hij daarna gaat volgen is het provinciaal kampioenschap voor eliterenners zonder contract in Berlaar-Heikant. Een van de belangrijkere wedstrijden van het jaar. Wie hier wint, mag zich een jaar lang kampioen van de provincie Antwerpen noemen. “Wij hebben één coureur die kans maakt op de overwinning. Wim de Vries doet het dit jaar heel goed, onze hoop is vooral op hem gericht”, antwoordt Albert op de vraag of zijn ploeg kan winnen vandaag.
Sponsors plezieren
Om 12u10 zetten we koers richting drankendiscount De Kievit in Heist-op-den-berg. Een zeer belangrijke sponsor die per jaar toch zo’n 25.000 euro investeert in de club. Op de parking staan een aantal renners ons reeds op te wachten. Ook de fotograaf is er klaar voor en vertrouwt op de ploegleider om zijn jongens mooi onder het uithangbord van de winkel te positioneren. Tussen de foto’s door wordt er vooral over de koers van de dag gesproken. Een onderwerp dat ter discussie staat is het aantal sterren dat de krant aan bepaalde coureurs geeft. Sommige jongens vinden dat verschillend renners onder- of overschat worden. “Wie nu echt favoriet is zal de koers bepalen en niet de gazet”, mengt de ploegleider zich in het debat.
Briefing
Na de sessie vertrekt het hele gezelschap naar Berlaar-Heikant. Zo’n 170 renners waaronder vijf van Heist Zuiderkempen zullen er strijden voor de kampioenentrui. De ploegbestuurders worden echter eerst nog verwacht op de briefing. Die vindt een half uurtje voor de koers plaats. In afwachting van de koersorganisatie en lokale politie staan de ploegleiders ongeduldig klaar. Albert lacht met een van zijn collega’s. “Zie hoe zenuwachtig hij is. Hij denkt dat hij kan winnen vandaag!” Er zijn zeven teams die de wedstrijd met de wagen volgen. Het reglement zegt dat een team bestaande uit minimum vijf renners een volgwagen mag inzetten. Aangezien Heist Zuiderkempen net vijf jongens aan de start krijgt, mogen we de koers vandaag vanuit de karavaan volgen. Een mooie kans om de ploegbestuurder in het heetst van de strijd aan het werk te zien. Tijdens de briefing met de koersdelegees en de lokale politie worden enkele veiligheidsvoorschriften en gevaarlijke punten in het parcours overlopen. Er worden ook nog eens duidelijke afspraken gemaakt in verband met de bevoorrading. Het is namelijk zo dat tijdens zowel de eerste twee als de laatste twee ronden geen drinkbussen mogen aangereikt worden aan de renners. Last but not least worden de nummers van de volgwagens getrokken. Een zeer spannend moment. Deze nummer bepaalt namelijk als hoeveelste wagen in de karavaan je zal rijden. Het is natuurlijk belangrijk om goed vooraan te zitten als je in contact wil blijven met je renners. Den Beire heeft pech. Hij krijgt het nummer zes. Dat wil zeggen dat hij slechts als zesde wagen in de karavaan zal rijden. “Dit seizoen hebben we alleen nog maar pech gehad. Elke keer dat de nummers getrokken worden zit ik helemaal achteraan”, zucht hij teleurgesteld.
Na de korte briefing begeven we ons naar de wagen. Onderweg ziet Albert een bekend gezicht aan de inschrijvingen. “Een Brabander die zich komt inschrijven voor het provinciaal kampioenschap van Antwerpen! Dat is de mop van de dag!” De volgwagen wordt in gereedheid gebracht. De radio waarmee de bestuurders, delegees en politie in contact staan, wordt zorgvuldig geïnstalleerd. Dit is een zeer belangrijk instrument voor de ploegbestuurder. Hiermee wordt hij op de hoogte gehouden van wat er zich in de koers afspeelt. Ludwig De Vries is de mecanicien van Heist Zuiderkempen. Hij is de vader van Wim De Vries, een van de betere renners uit de ploeg. Ludwig zorgt voor het vervangen van de wielen wanneer een coureur lek rijdt. Indien nodig reikt hij ook af en toe eens een drinkbus aan. De wielen worden door hem mooi op volgorde in de koffer van de wagen gelegd. De achterwielen links en de voorwielen rechts. Een vaste volgorde die, wanneer het nodig zou zijn, een razendsnelle wielvervanging in de hand werkt. Ludwig waarschuwt me al lachend: “Nu is de ploegbestuurder nog kalm maar wacht tot de koers bezig is, dan wordt hij lastig en nijdig!” Net voor de start raadt den Beire me aan eerst te gaan plassen. “Een koers duurt lang als je in de wagen zit, je kan het je niet veroorloven om langs de kant te gaan staan.”
Klaar voor de start
“Eén minuut voor start”, klinkt het vanuit de wedstrijdradio. Terwijl de andere ploegbestuurders al nagelbijtend achter het stuur zitten, maakt den Beire nog tijd om met de supporters een weddenschapje af te sluiten. Als een van zijn renners het podium haalt mag heel de ploeg op zijn kosten gaan eten. Om 14u30 gaat de koers van start. Zestien ronden van een achttal kilometer zullen bepalen wie zich dit jaar kampioen van Antwerpen zal mogen noemen. Reeds in de eerste ronde moet Albert aan de slag. Serge Joos, een van zijn renners, is ten val gekomen in een scherpe bocht. Wanneer we ter plaatse zijn, zit Serge al terug op zijn fiets. Hij pikt aan in het zog van de wagen en kan zo op korte tijd weer terug naar het peloton rijden. “Normaalgezien wordt dit niet toegestaan door de wedstrijdjury. Maar bij een val knijpen ze wel een oogje dicht”, informeert Albert me. Enkele ronden verder ziet hij vanuit de karavaan dat Joos aan de staart van het peloton bengelt. Hij snelt vervolgens de andere wagens voorbij tot aan de kopwagen van de jury. Hij wijst naar Serge om hen duidelijk te maken dat hij tot bij zijn renner wil. Een bevestigende knik is voldoende voor Albert om tot naast het peloton te rijden. “Probeer op te schuiven nu hé!”, roept hij over zijn jongen die meteen gevolg geeft aan de instructies van zijn ploegleider.
De rest van de koers verloopt vlekkeloos voor de ploeg van Heist. Onderweg is er tijd om eens naar bevriende supporters naast het parcours te claxonneren of te roepen. “Het is vandaag heel rustig in de koers. Ze zeggen bijna niets door de radio. Andere koersen is het om de twee seconden wel iets”, vertelt Albert me. Er wordt echter wel heel hard gekoerst. Met 45 km/h gemiddeld ligt het tempo van het peloton heel hoog. Na een uurtje wedstrijd worden de eerste renners gelost. Onder hen een bekend gezicht. Geert Wellens, broer van veldrijder Bart Wellens, moet net als enkele anderen het peloton laten rijden. In de volgwagen hoor ik al een tijdje een constante pieptoon. Ik vraag Albert of er soms iets mis is met zijn radio. Tot zijn verbazing stelt hij vast dat de batterij bijna leeg is. Gelukkig heeft onze mecanicien reservebatterijtjes bij. Ondertussen zijn er toch een tiental renners in geslaagd een voorsprong van een halve minuut uit te bouwen. Onder hen enkele van de favorieten. Halverwege koers staat een renner van de organiserende ploeg uit Baal langs de kant. Den Beire kijkt verbaast toe hoe hun volgwagen driest te keer gaat en de renner vergeet te helpen. “Subiet rijdt hij zijn eigen coureurs nog dood, de voorzitter van Baal”, zucht hij geërgerd.
Spanning
Het einde van de wedstrijd nadert. De zenuwen laten nu toch af en toe van zich horen. Albert durft nu al eens vitten op de acties van bepaalde renners en andere ploegbestuurders. Bij het ingaan van de voorlaatste ronde ziet hij hoe een van zijn collega-ploegleiders een drinkbus aangeeft voor de ogen van de jury terwijl dit volgens het reglement niet meer is toegestaan. “Dat is prullen zoeken!”, reageert hij en doet vervolgens teken naar de man achter het stuur. De kopgroep nadert ondertussen stilaan de meet. Eén renner demarreert op een halve kilometer van de finish. Het blijkt de beslissende ontsnapping te zijn voor Jens Renders die de wedstrijd zo op een handvol seconden wint. In de achtervolgende groep zijn het Dave Bruylandts en Patrick van Roosbroeck die respectievelijk tweede en derde worden. Albert is niet ontgoochelt. “Tegen deze overmacht kunnen mijn jongens niets inbrengen”, relativeert hij. Drie van zijn vijf renners rijden de wedstrijd uit. Wim De vries wordt 19e, Serge Joos 36e en Sven Van Eyndt 47e.
Na de wedstrijd gaat Albert zijn jongens opzoeken. Hij geeft ze goede raad en checkt of alles in orde is. Onderweg naar huis zit hij alweer met morgen in het hoofd. Dan volgt hij zijn beloften die het provinciaal kampioenschap in Limburg rijden. Het leven van een ploegbestuurder is een eindeloze reis van de ene naar de andere koers.


