
Engeland dacht: “Who the fuck is Bob Peeters?”
oktober 9, 2008
Volgens veel vrouwen is hij een troetelbeer met een zeer hoge aaibaarheidsfactor. Het mannelijk publiek omschrijft hem echter als een boomlange centrumspits met een neus voor doelpunten. De eeuwig breed lachende Bob Pee-ters (33) speelt ondertussen al zestien jaar professioneel voetbal. De geboren en getogen Lierenaar ging ooit als jeugdspeler van VV Ternesse zijn geluk beproeven bij SK Lierse. Daar viste Eric Gerets hem op en maakte van hem een topvoetballer. Met Lierse vierden zij in 1997 samen de landstitel. Peeters bewandelde vervolgens een internatio-naal pad met tussenstops bij Roda JC, Vitesse en Millwall. In 2005 keerde hij terug naar België om er bij Genk aan de slag te gaan. Zijn hart klopte echter nog steeds voor Lierse. Een seizoen later droeg Peeters na negen jaar terug het geelzwarte shirt. Momenteel vertoeft hij met de Pallieters in tweede klasse. Maar ambitieus als hij is, wil Peeters zijn club volgend jaar weer naar het hoogste niveau loodsen.
Je bent al een tijdje out met een blessure. Verloopt de revalidatie zoals gepland?
Peeters: “In het beste scenario zou ik _t geweest zijn voor de eindronde. Op een gegeven mo-ment zag je dat de eindronde voor Lierse heel moeilijk zou worden. Dus heeft men ook bewust tegen mij gezegd dat ik rustig naar juli toe mocht werken. Zo zou ik het volgend seizoen _t kunnen aan-vangen en de zes weken voorbe-reiding zeker kunnen meedoen. Ik hoop dat het zo zal zijn. Het ziet er goed uit. Ik heb nu nog zes à zeven weken en zoals het nu aanvoelt gaat dat zeker in orde komen. Ho-pelijk kan ik dan volgend jaar nog eens een seizoen spelen met zo weinig mogelijk blessureleed.”
Je begon bij Lierse en speelt er nu na negen jaar terug. Is de cirkel rond?”
Ik ben bewust naar Lierse te-ruggekomen. Ik zat bij Genk en had net een goed seizoen achter de rug. Toen kwam Lierse op de proppen. Ik was een huis aan het bouwen in Pulderbos, dat is in de buurt van Lier. Ik had geen zin om nog alle dagen naar Genk te rijden. Zo veel op de autostrade zitten, het is toch ook niet altijd ongevaarlijk. Dus heb ik bewust gekozen om voor drie jaar terug naar Lierse te komen. Door twee achillespees operaties heb ik nog niet echt kunnen brengen wat ze van mij verwachtten. Ik hoop _t aan de aftrap van volgend seizoen te komen en zo Lierse te kunnen brengen waar ze thuishoren, eer-ste klasse!”
Lierse haalde net de eindronde niet. Wat ontbraken ze om nu al terug naar eerste klasse te gaan?
“Kwaliteit denk ik. Vooral de eerste ronde hebben we met heel veel jonge kerels moeten spelen en verloren we te veel punten. Als je maar twintig punten telt weet je dat het moeilijk wordt natuurlijk. Zou je er zesentwintig halen dan speel je nu eindronde. Als je naar de ploegen kijkt die boven ons eindigden, Tubeke, Antwerp, Uni-ted dan moet je durven toegeven dat zij gewoon meer kwaliteit en maturiteit hebben dan wij. Een supporter zal er misschien anders over denken maar volgens mij is het niet slecht dat we nog een jaar
langer in tweede blijven. Zo kunnen we de groep ver-sterken en volgend jaar meedoen voor de promotie-plaatsen en misschien wel voor de titel. Als Lierse het een beetje slim aanpakt, nu al de _nanciële perikelen en het Yé spook helemaal weg zijn, kan er niks ons nog in de weg staan om terug naar eerste klasse te gaan. We moeten het gewoon rustig aan doen en bouwen aan een goed elftal. Als je ziet naar onze achterban, de supporters blijven zelfs bij 3-0 zingen, en het fan-tastisch werk van de club dan kan dit alleen maar een succesverhaal worden.”
Toen Lierse naar tweede klasse zakte kon je voor veel geld naar Duitsland?
“Ja, een Duitse derdeklasser die terug naar tweede wilde had een bod op mij gedaan. Ik wilde niet weg bij Lierse dus deed ik een zeer hoog tegenbod. Ik dacht: “Daar gaan ze toch nooit op ingaan.” Ze bo-den echter nog hoger. Ik heb toen zelf gezegd dat ik het niet zou doen. Ik had daar helemaal geen zin meer in. Na mijn blessure had ik toch nog een goede eind-ronde gespeeld en ik wilde absoluut bij Lierse blijven. Ik heb lang genoeg in het buitenland gespeeld dus het _nanciële was voor mij niet meer zo belangrijk.
Veel mensen kennen je omdat je vaak op tv komt. Hoe ben je in de media terechtgeko-men?
“Via Mark Uytterhoeven eigenlijk. Een hele tijd geleden vroeg hij mij voor het programma Megascore op Film-net. Dat was een soort amusementsprogramma met een quiz en zo. Het klikte zo goed tussen Mark en mij dat hij vroeg om het jaar daarna, tijdens het WK in ‘98, mee te werken aan zijn programma. Het was vooral in de studio de wedstrijden analyseren en wat lachen en zwanzen. Vanaf toen werd ik meer en meer gevraagd voor tv. In 2000 hadden ze me dan gevraagd om vlie-gende reporter te zijn, daar spreken de mensen nu nog altijd over. Dat lanceerde mijn tv-carrière hele-maal. Nu is het elke dag wel dat ze voor iets bellen. Ik probeer mij toch zoveel mogelijk te beperken tot dingen over voetbal.”
Doe je dat werk graag?
“Ja, zeker die ana-lyses en zo, je leert ook heel veel bij. Ik volg onder-tussen ook zelf een trainerscursus. Het eerste jaar heb ik net achter de rug. Ik zou dus ook graag in het trainersvak stappen, op welk niveau dan ook. Doordat je voor tv wedstrijden moet analyseren en fases bespre-ken, ben je onbewust ook weer aan het bijleren over voetbal. Daar-door wordt je toch ook weer iets beter als trainer. Naar de toekomst toe is dat toch wel positief. Maar in zo van die spelprogramma’s doe ik heel zelden mee. Behalve als het kwalitatief goed genoeg is. Zoals ‘De pappenheimers’ of ‘De slimste mens’, die dingen doe ik wel omdat ik er zelf ook graag naar kijk. Daarbuiten probeer ik amusementsprogramma’s zo veel mogelijk af te wimpelen.”
Naast voetballen en wedstrijd-analyses maken voor tv verkoop je ook sportkleding?
“Ja, mijn neef Tom heeft mij warm gemaakt voor het idee en we hebben dan samen een _rma op-gericht ‘Teamsport Peeters’. Wij verkopen vooral voetbaltenues van het sportmerk Jako aan voet-balclubs. Dat komt omdat ik bij Lierse altijd met kleding van Jako heb gespeeld. Het is een kwalita-tief goed merk dat nog betaalbaar is. Maar we verkopen bijvoorbeeld ook voetbalschoenen van Adidas en Oasics. Het is eigenlijk gewoon een uitdaging en we zien wel wat er van komt. Je moet soms ambitie hebben. Ik ben nog actief voetbal-ler en mijn neef heeft zijn eigen tuincenter, het is dus zeker niet ons hoofdberoep. Het is meer een hobby en we willen zien hoe ver we daarmee kunnen geraken.”
Je speelde een hele tijd in het bui-tenland. Heb je veel verschillen gemerkt tussen de voetbalcultu-ren?
“Ja, absoluut! Nederland was heel verfrissend en verademend voor mij. Ik had altijd bij Lierse gespeeld, vanaf mijn tien jaar al. Ik kende niets anders dan Lierse. En dan kom je ineens in een competitie waar de lat tactisch en technisch veel hoger lag. Als je in die tijd bijvoorbeeld tegen Ajax speelde met de De Boertjes, Litmanen, Van der Sar, Rijkaard, Blind,… noem maar op, PSV met Cocu, Jonk, Stam allemaal internationals op alle plaatsen dus dat was voor mij natuurlijk ongeloo_ijk om tegen die mannen te spelen. Die zes jaar dat ik in Nederland heb gespeeld, hebben van mij een veel comple-tere voetballer gemaakt. Dan ben ik naar Engeland gegaan. Daar is voetbal pure passie. Heel dat land ademt voetbal. Waar je ook speelt of waar je ook naartoe gaat het is altijd voetbal, voetbal, voetbal. Dat is natuurlijk een andere beleving dan hier of in Nederland. Het was ook een heel andere mentaliteit. Kick and Rush! Kracht, duels win-nen, echt knokken. Dat was wel wat anders dan in Nederland. Maar het belangrijkste vond ik dat ze zo-wel in Engeland als in Nederland op het gebied van infrastructuur veel verder staan dan in België. Ik denk persoonlijk ook dat daar een beetje het probleem zit met het Belgisch voetbal. Wij zitten nog altijd in verouderde stadions te spelen. Ik denk dat daarom de middelen niet vrijkomen om Bel-gië naar een hoger niveau te tillen. Volgens mij ligt het niet enkel aan de opleiding. Het is een kwestie van de goede spelers te kunnen houden. Op dat gebied is er nog heel wat werk aan de winkel!”
In Engeland speelde je voor Mil-lwall FC. Deze club staat overal bekend om zijn Hooligans. Er werd zelf een _lm (Hooligans) over gemaakt.
“Ik vond dat nogal meevallen. Je ziet natuurlijk wel dat dat geen brave mensen zijn maar het is niet zo erg zoals velen er over doen. Het zijn natuurlijk geen doetjes. Ik moet zeggen dat ik daar ook vaak met mijn kinderen naar het voet-bal ging kijken. Wij hebben daar nooit iets van geweld gezien, ook niet rond het stadion of zo. Maar natuurlijk als ze op verplaatsing moeten en ze komen op de trein supporters van de andere ploeg tegen, dan zit het er wel eens op. Een Belgische vriend van mij die in Londen woont kwam een tijdje geleden bij me op bezoek. Hij had de kopman van de hooligans van Millwall bij, de Godfather zoals ze zeggen. Die is mee bij mij thuis een pint komen drinken. Dat was een heel normale man. Maar in Millwall kent iedereen hem. Hij is eigenlijk de man die aan het hoofd staat van de harde supporterskern. Die kerel was zo _er als iets dat hij bij mij een pint bier mocht komen drinken. Een heel to_e gast!”
Toen je naar Millwall verkaste moest ook je gezin verhuizen naar Engeland. Was dat niet ver-velend voor hen?
“Dat viel heel goed mee. Mijn zoon was zes weken en men dochter werd er twee in oktober. Ze waren dus nog net te klein om het alle-maal te bese_en. In Engeland was het enkel ’s morgens training. Van-af dan was je de rest van de dag vrij. Ik had daar dus heel veel tijd voor mijn familie eigenlijk. Het was er ook heel rustig. In België word je altijd aangesproken. Iedereen kent je. Ginder was het van: “Who the fuck is Bob Peeters?” Ik liep daar rond en iedereen liet me ge-rust. Het was eigenlijk de zaligste periode uit men leven. Moest Mil-lwall op dat moment geen _nanci-ële problemen krijgen, was ik daar misschien nog altijd geweest.”
Door bij verschillende clubs te spelen kwam je ook enkele ge-weldige coaches tegen. Wie van hen heeft jou het meest bijge-bracht over voetbal?
“De beste trainer die ik heb gehad was Sef Vergoossen. Ik heb onder andere voor Ronald Koeman, Eric Gerets en Martin Jol gespeeld. Dus ik heb inderdaad wel wat goede trainers gehad. Maar als totaalpak-ket was Sef Vergoossen de beste. Ik vind het daarom ook niet verwon-derlijk dat hij dit jaar met PSV kam-pioen is gespeeld in Nederland. Het is een heel menselijke gast die constant over voetbal nadenkt en iedereen op zijn beste positie weet uit te spelen. Hij is tactisch heel sterk en weet gewoon wat er over een heel seizoen gaat gebeuren. Hij kan zijn ploeg ook heel goed _t houden. Ik heb tijdens die pe-riode weinig last gehad van bles-sures. Dat was een van de redenen waarom hij voor mij de beste was. Maar de man die van mij een voet-baller gemaakt heeft was Eric Ger-ets. Op een moment dat niemand iets in mij zag zei hij resoluut: “Ik ga voor Bob Peeters.” Hij zou van mij de ideale targetman maken voor Lierse. Hij heeft samen met Eikelkamp, die op dat moment bij Brugge was, het woord targetman een andere wending gegeven.”
Men zegt wel eens dat heden-daagse coaches meer psycholo-gen dan trainers zijn.
“Dat is absoluut heel belangrijk. Een goede trainer weet dat hij met een mens bezig is. Op momen-ten dat er in het privé leven iets gebeurd moet hij daar van op de hoogte zijn. Voetbal heeft ook heel veel te maken met vertrouwen. Je mag de beste speler ter wereld zijn, vertrouwen blijft heel be-langrijk. Neem nu Ronaldinho. Op een bepaald moment was hij het vertrouwen kwijt en hij raakte ook gene knikker meer. Het is belang-rijk dat je je als speler goed in je vel voelt. Daarom denk ik inderdaad dat een trainer psychologisch zeer goed onderlegd moet zijn.”
Je kende heel wat schitterende momenten tijdens je loopbaan. Wat was volgens jou het ultieme hoogtepunt uit je carrière?
“De titel met Lierse, de beker met Roda en men eerste goal voor de nationale ploeg zijn toch de voor-naamste hoogtepunten. Dat zijn dingen die je nooit vergeet na-tuurlijk. Als kleine speler droom je ervan om ooit in de nationale ploeg te komen. Als je er dan staat en je kan een goal maken is dat ongeloo_ijk natuurlijk. Als je het achteraf bekijkt denk ik dat het kampioenschap met Lierse toch het ultieme was. We hadden toen echt een ongeloo_ijke groep. Ik denk dat we zoiets de eerste jaren op Lierse niet meer gaan meema-ken … in eerste klasse.”
Je haalde ondanks goede kwa-li_catiematchen toch nooit een groot tornooi met de Rode Dui-vels. Is dat misschien het enige ontbrekende op je palmares?
“Op het moment dat ik bij de se-lectie was, onder Robert Waseige, raakte ik vlak voor het WK gebles-seerd. Door een trap op men voet was mijn middenvoetsbeentje gebroken. Ik moest mij dus drie maanden voor het WK begon nog laten opereren. Uiteraard geraakte ik niet tijdig _t genoeg. Op dat moment vond ik dat zeer spijtig. Langs de andere kant kan je zeg-gen dat dat het enige is dat ik niet heb meegemaakt. Wanneer je als achtjarige voetballer bij Ternesse speelt en je ziet nu wat ik bereikt heb, denk ik niet dat ik moet kla-gen dat ik geen WK gespeeld heb. Ik heb heel veel gekregen en ben daar enorm blij om. Ik heb een zoon van vier jaar en die wil nu ook beginnen voetballen. Ik denk dan, als die op zijn eenentwintig-ste kan meemaken wat ik ooit heb meegemaakt, wil ik daar nu met-een voor tekenen”




